I.M. Deken Marc Gesquière

wijlen Marc Gesquiere
De Kortrijkse jongvolwassenwerking Jona is diep geschokt en bedroefd bij de zelfdoding van deken Marc. Alle medewerkers willen hun uitdrukkelijke medeleven uiten met het verdriet van de familie, de vrienden en de naaste medewerkers van deze bijzondere mens en priester.
Jona bestaat in april tien jaar. Marc was er tien jaar terug al bij toen we het glas heften bij de opstart, toen nog in de zolderkamers van het St.-Maartensparochiehuis. Het valt ons dan ook bijzonder zwaar om hem zo plots en onverwacht te moeten loslaten.
 
Verschillende mensen binnen de Jonawerking hebben, in die tien jaar, intens met hem mogen samenwerken, hetzij vrijwillig in de parochie of federatie, of professioneel. Zij herinneren hem als een vastberaden, geïnspireerde figuur die, weliswaar vanop de achtergrond, onze werking liet groeien en kansen gaf. Niet in het minst door vrijgestelden als parochieassistent in te zetten voor Jona. We blijven hem hier enorm dankbaar voor.

Marc durven we te herinneren als een voorganger die een groot hart had voor de sociale inzet van de Kerk en het niet bij woorden liet. Zo ondersteunde hij de werking van het migrantencentrum, tot het moment dat deze wegtrok uit onze stad. Hij ondersteunde ook de wens van Jona om duidelijker in te zetten op de samenwerking tussen de verschillende levensbeschouwingen en religies in onze stad. Vorig jaar nog organiseerde we dan ook, met zijn uitdrukkelijke support, het interreligieuze gebeuren “Profundo”. En nog maar enkele maanden terug zocht hij actief mee naar een nieuwe site voor onze jongerenwerking. Zoals geen ander dat kon bleef hij zoeken naar oplossingen. Nu moeten we beseffen dat hij misschien te weinig oplossingen zag voor eigen zorgen, voor niet te peilen verdriet of voor onhoudbare situaties in zijn persoonlijke werk- en/of privésfeer. Wie zal het zeggen.
 
Kortrijk, en vooral de christelijke gemeenschap, is in het hart getroffen. Het zal tijd vragen om de vele vragen, die voortvloeien uit zijn zelfgekozen stap, te verwerken en te doorgronden. Het is moeilijk om, aan het nog prille begin van deze veertigdagentijd, het licht van Pasen te zien. Want waar kunnen we hoop zien en openbaren?
 
Het gaat daarbij niet énkel over een persoonlijk drama. We wisten dat Marc, samen met vele anderen, te lijden had onder de snoeiharde crisis van onze Kerk. Het blijft dan ook moeilijk te ervaren hoe beperkt deze kerkgemeenschap zorg draagt voor de psychosociale nood van haar eigen herders. Vooreerst wordt er slechts minimaal aandacht gegeven aan zelfzorg binnen de opleiding van het pastorale beroep, nochtans een absolute must voor deze beroepstak waar de rake klappen elkaar in een hoog tempo opvolgen. Ook de kerkwerkers op het veld worden, op psychosociaal vlak, te weinig ondersteund. Dit terwijl zij geacht worden zichzelf weg te schenken vanuit een bezieling voor de man van Nazareth. Wij merken een klare nood aan meer persoonlijke ondersteuning bij priesters, diakens en pastorale werkers. De psychosociale hulpverlening mag dus opgevoerd en steviger uitgebouwd worden, geënt op de specificiteit van het pastorale beroep. Ten slotte moeten ook de vele vrijwilligers, oud en jong, handvaten aangereikt krijgen om te leren omgaan met psychische nood. Het gebed alleen kan niet volstaan, en ook niet de zelfgave, daarvoor is de complexiteit van deze tijdsgeest te groot geworden.
 
We willen Marc missen als iemand die zonder blikken of blozen ging voor een visie.
We willen hem danken voor zijn uitdagende en onvoorwaardelijke support, zijn geduld en open blik voor het nieuwe.
We weten dat hij rust mag vinden in Gods handpalm, vrede ook, een eindpunt aan alle last en zorgen die hij zolang op zijn schouders droeg. Al blijft zelfdoding altijd een nederlaag voor een volledige gemeenschap.

Het ga je goed Marc, blijf ons met je geest nabij, we zullen je missen.