Gebed van de atheïst

Ik kan maar niet geloven,
hoor niemand roepen, ook
geen iets of plotseling.


Ik ben met velen die
zonder u best gelukkig zijn.
Op mijn weg kom ik tegen,
maar niet u, ook niet soms
of om te lachen,


toch wel.
Dat wel.
In het lachen is er vaak
wat mij gelukkig maakt,
kom ik u tegen als
ontmanteld en machteloos,
niet wijs en niet boos,
die niet roept,
die niet plots,
die niet wijst,
mij gewoon lachen doet.
Daar kom ik u tegen.

Thomas Holvoet