Brief van God

Gerard Reve schreef eens aan God: ‘Dat koninkrijk van U - U weet wel - wordt dat nog wat?’ Onverwacht kwam er een antwoord. God had blijkbaar een secretaris gevonden, die namens Hem een brief opstelde. Geachte heer Reve,

Hartelijk dank voor uw schrijven, dat Ik in goede orde heb ontvangen. Uw brief ontroerde Me, vooral omdat Uw verwijten aan Mijn adres voortkomen uit een diep gevoel van medelijden, ditmaal met een jong slachtoffer van een van de vele oorlogen, die jullie zichzelf permitteren.
Eigenlijk heb Ik in deze eerste zin Mijn antwoord - en Mijn wanhoop! - al geformuleerd.
(lees verder hieronder)



Duizenden malen heb Ik aan mensen Mijn woorden, dromen, plannen met de mensheid voorgelegd. In alle mogelijke tijden, plaatsen en Godsdiensten zijn mensen door mijn Geest geraakt en spraken namens Mij over vrede en gerechtigheid, over menselijkheid en medelijden, over vergeving en wederzijdse hulp, over ‘breken-en-delen’, over… Ja, laat Ik het zwaar beladen en afgesleten woord maar weer eens gebruiken: over de LIEFDE, die Ik ben!

Precies omwille van de liefde die Ik ben is het onmogelijk om jullie te dwingen. Hoe kun je liefde afdwingen?
Er was eens een man (je kunt zijn woorden terugvinden in Jesaja 55, 10-11) die Mijn woorden beschreef als een regenbui, die hoe dan ook vruchten voortbrengt. Die man was een ongelooflijke optimist, die mij vaak ontroerde. ‘Was het maar waar’, dacht ik wel eens.

Die Jezus uit Nazareth, die jullie Mijn zoon noemen, was dichterbij de werkelijkheid. Hij begreep dat je zaad niet kunt verwijten dat het niets opbrengt als op rotsgrond of tussen distels valt.
Distels en rotsgrond hebben jullie meer dan genoeg. Hoe velen van jullie delen hun rijkdom met hen, die niets hebben? Hoe velen van jullie gunnen vreemdelingen een plaats in het land? Hoe velen van jullie grijpen naar de wapens als hun macht bedreigd wordt? Hoe velen vergeven?

Wat kan ik anders dan jullie keer op keer proberen te overtuigen? Erop te wijzen dat altijd onder de meest kwetsbaren de meeste slachtoffers vallen? Machtigen noemen hen soms zelfs: ‘bijkomende schade’.
Gelukkig hield ook die Jezus van Nazareth de moed erin. Tot in de dood - tot over de dood heen! En gelukkig zag hij de kleine lichtjes niet over het hoofd, in zijn verlangen naar het grote Licht. Hij begreep dat het goede zaad soms honderdvoudig vrucht opbrengt, soms zestigvoudig of dertigvoudig. Ook kleine winst is echte winst.

Overigens zou iedere boer ogenblikkelijk weten wat hem te doen staat: de bodem vruchtbaarder maken. Er is dus nog heel wat werk te doen, geachte briefschrijver.

Ondertussen verblijf Ik, met de grootst mogelijke liefde en hoogachting:

UW GOD.

(Secretariaat: Leo Raph. A. de Jong o.p.)


Ingekorte preek van 10 juli 2011 in Schiedam-Nieuwland. Eerste lezing: Jesaia 55,10-11. Tweede lezing: Matteüs 13, 1-23